Ze zit in de trein van Amsterdam naar Vlissingen, ik ontdek haar pas als we Slotervaart al voorbij zijn, dat wordt een razendsnel interview want ik moet er in Haarlem uit.
‘Het is vrolijke troep,’ ze tilt het boek op zodat ik de cover kan zien – Karen Swan, Het Deense verlangen – ‘maar je wordt er blij van. Ze schrijft heel goed, er zitten verschillende verhaallijnen in die samenkomen, en verschillende perspectieven uit het heden en uit de geschiedenis, voor je het weet zit je er helemaal in. Deze, haar nieuwste, speelt in Denemarken, andere in Amsterdam, New York… ze heeft heel veel geschreven en ik lees ze allemaal.’
De reizigster tegenover haar stemt in. ‘Ik ook, ik heb die toevallig net uit. Prachtig hè. En heb je ook Het wilde eiland gelezen, met al die vogels?’
Ja, die heeft zij ook gelezen. Er ontspint zich een levendig gesprek tussen de twee vrouwen. Ze vinden allebei dat je soms een boek opnieuw moet oppakken want de schrijfster haalt graag personages aan waar zij dan het fijne niet meer van weten. Door de intercom roept de conducteur dat we station Haarlem naderen.
‘Waarom word je er zo blij van,’ wil ik nog weten.
‘Het is romantisch, allemaal over liefde. Ik loop zo…’ ze tilt het opengeslagen boek op en buigt haar hoofd naar de bladzijden … ‘door de metro.’
‘Bots je nooit?’
‘Nooit.’