Ze vindt het belangrijk om iets voor het dorp te doen en werkt als vrijwilliger in de kleine buurtwinkel waar ze brood, verse groente en kruidenierswaren verkoopt. ’s Middags is het er rustig, dan leest ze een boek. Als kind las ze veel, daarna kwam het er niet meer van, een groot gezin, werk, alleen in vakanties nog wel eens een simpele roman, je kent dat wel. Maar nu ze meer tijd heeft, wilde ze iets anders, liefst historische verhalen die op waarheid berusten. Een boekenverslindster uit het dorp kwam met dit boek aan. Of eigenlijk zijn het er twee. Het eerste deel, Achtendertig nachten, heeft ze uit. Dit is het tweede deel, Afscheid van een Engel. Het vraagt veel van haar want de schrijfster grijpt nogal eens terug op namen van personen en gebeurtenissen uit deel één en ze gebruikt heden en verleden door elkaar, waardoor het moeilijk te volgen is. En tussendoor de klanten natuurlijk…
Het boek beschrijft het leven in een klein Drents dorp tussen 1780 en 1800. Het schokt haar hoe wreed die samenleving toen was, hekserij, radbraken, ter dood veroordelen, verschrikkelijk. Ze is blij dat ze hier en nu leeft, in haar eigen kleine dorp gaat het er allemaal rustig aan toe.
Het verhaal vertelt over een zoon die ontdekt dat zijn moeder anders was dan hij altijd dacht. Dat herkent ze wel: toen haar moeder onverwacht stierf zag ze haar vader opeens met andere ogen, hij was niet alleen maar de afstandelijke man die ze tot dan toe had gekend, hij was ook lief en kwetsbaar.