Recensie

website leestafel.info
30 aug 2022

Geraffineerd, doeltreffend, ontroerend bijna swingend

Eigenlijk is Nachtman een vervolg op de roman Kiendops oorlog van dezelfde schrijfster. Zij schrijft proza en toneel. Haar romans Zeesteen, Maan op de heenweg, Het behouden kind en Kiendops oorlog werdengeprezen. En terecht.


Holwarda heeft een mooie toon van schrijven en is in staat de hoofdpersonen onopgesmukt neer te zetten. Zoals Willem Reinen (1930) een jazztrompettist, die in dit boek aan het woord komt. Het is een monoloque interieur. Reinen praat tegen zichzelf, denkt en herinnert zich veel. Hij is lichamelijk niet meer in orde, mede door zijn nogal turbulente manier van leven. Holwarda tekende de verhalen op uit de mond van de inmiddels bejaarde man, die veel meemaakte in zijn leven.


In Kiendops oorlog lazen we over de oorlogsjaren van Reinen in het geteisterde Arnhem, dat precies in de vuurlinie lag. Er werd vreselijk gevochten en veel geliefden van Reinen stierven. In dit boek komt die tijd nauwelijks meer ter sprake. Reinen kijkt terug op een carrière als begenadigd jazzmusicus, vrouwenversierder en drankorgel. Hij kan nauwelijks meer lopen of kauwen en krijgt een verzorgster toegewezen, ene Agatha, met een zware stem. Aanvankelijk wil haar wegsturen, maar daar trekt ze zich weinig van aan en er ontstaat een verhouding van wederzijdse acceptatie.


Ze werkt voor een organisatie, die Zorg voor je naaste heet. Ze zegt:

”Je hebt je leven omgekeerd geleefd. Je bent geboren als een chagrijnige baby. Op de foto waar je met je blote billen op een schapenvacht ligt, kan er al geen lachje af. Als kind had je een scheermestong, als puber was je trots en ernstig. Als trompettist was je ambitieus en nietsontziend. Als vader was je. Als vader. Nu, als oude man, breng je af en toe iets van lichtheid aan mensen, die dat zelf niet in huis hebben.


Reinen wil naar de muziekschool na zijn ervaringen als machinist, zeeman. Maar hij wordt niet aangenomen. Thuisgekomen legt hij woedend een plaat van Stan Getz op de grammofoon en oefent net zo lang tot hij bepaalde nummers kan spelen, vooral van de elpee waarbij Getz met J.J.Johnson samen speelt. Hij gaat in de kelder oefenen tussen de potten en weckflessen.


Once I laughed when I heard you saying

That I’ll be playing solitaire

uneasy in my easy chair

It never entered my mind

it never entered my mind


Zijn vrouw verlaat hem. Hij zorgt voor zijn zonen. Is te hardhandig.


Je kunt altijd opnieuw beginnen, dacht je. Vanaf die avond wilde je een goed mens worden, geen andere vrouwen meer neuken, niet meer liegen en stelen, niet meer vloeken of slaan
.

 Die goede voornemens worden in het leven van Reinen maar ten dele gehaald.


De rivier lijkt stil, geen golven, alleen krommen en ellipsen, met een naald in het vlakke water gegrift, maar ze stroomt nog steeds naar zee.

 

En hij speelt in allerlei jazzcombo’s. Wint zelfs een prijs op het Loosdrechts jazzfestival. De muziek loopt als een rode draad door zijn leven. We komen de namen tegen van Louis Armstrong, Chet Baker en vele andere coryfeeën, waarbij Reinen zoekt in hun muziek, naar dat ene moment dat alles samenvalt, alles klopt, misschien omdat dit in het echte leven niet gebeurt.


Als je geluk hebt-soms duurt dat bijna een leven- kom je tot de ontdekking welke noten je weg moet laten om een spannend verhaal te vertellen. Bij Brahms is dat het smachten. Bij Thelonious Monk de verlatenheid. Toots mikte recht op het hart, bij Piazzolla is het de hartverscheurende melancholie
.


Uit Argentinië, waar hij een vrouw leerde kennen neemt hij Mendoza Malbec mee, een beroemde Argentijnse wijn. Hij laat de vrouw aanvankelijk achter maar helpt haar jaren later wanneer ze ongeneeslijk ziek is geworden.


Op de kleine zwart-witfoto staat ze in haar rode jurk, de gele bloem in haar lange zwarte krullen, haar gezicht waaraan je niet kunt zien of het lacht of huilt.


Reinen gelooft niet in de hemel, want er staat ook niets in de bijbel over de hemel. Hij denk dat er een soort afrekening komt daarboven. Wie het laatst lacht, lacht alleen.
En we zien hem langzaam maar zeker steeds zwakker worden. Hij valt, komt niet meer overeind maar wordt gelukkig gevonden.


Zonder vergrootglas heb je eigenlijk geen idee wat er zich in je afspeelt. Je begint in het duister te tasten omtrent je eigen identiteit.


Het is een uitzonderlijk boek, waarbij we in de huid kruipen van een bijzonder mens. Holwarda heeft een vorm bedacht voor haar boek, die uiterst geraffineerd is en doeltreffend, maar ook ontroerend en – hoe kan het anders – bijna swingend is.
Wat een prachtig boek, dat ik in één adem mocht uitlezen!

Karel Wasch augustus 2022