Recensie

Volkskrant
04 sep 2022

Mooie roman over een hoogbejaarde eigenheimer.

BOEKRECENSIEKORT

Maarten Steenmeijer 4 september 2022

Het is niet te doen, het leven. Chet Baker wist daar alles van. Diens fatale val uit het raam van een Amsterdams hotel was immers geen ongeluk, zo lezen we in Nachtman. Baker sprong, net als Herman Brood ruim tien jaar later. Het is niet te doen: dit zinnetje popt een aantal malen op in deze mooie roman van Janneke Holwarda, die zij schreef op basis van de verhalen die jazztrompettist Willem Reinen (1930) haar toevertrouwde. Hij kan al jaren geen trompet meer spelen. ‘De drank en de sigaren hebben je uit de wedstrijd getikt’, zo luidt de even bondige als beeldende verklaring. En zo is er nog veel meer waar hij niet of nauwelijks meer toe in staat is. ‘Een vent van eenennegentig met een roze tuitbeker’, dat is er van hem geworden. Maar toch ook: een vent met een bas, het instrument waaraan hij nog wel wat klanken weet te ontlokken.

Reinen benijdt de doden, want ‘die hebben het gehad’. Daar staat tegenover dat er ook momenten zijn dat hij de levenden benijdt en nog niet dood wil. Hoe dan ook, hij is onmiskenbaar bezig afstand te nemen van zijn leven. Daarover laat de jij-vorm waarmee hij terugblikt geen misverstand bestaan. Het is een opvallend verschil met de ik-vorm die Holwarda gebruikte in haar vorige boek Kiendops oorlog (2021), waarin zij Reinen laat terugkijken op de oorlogsjaren.

Die traumatische periode komt ook weer voorbij in Nachtman en dan met name de zelfmoord van Reinens vader. Hij is niet de enige die hem van de ene op de andere dag verliet. Trix, de moeder van zijn twee zoons, deed dat ook. En Hannah, die later in zijn leven kwam. Minder abrupt was het afscheid van Esther, de Duitse Jodin die in Buenos Aires terechtkwam maar daar nooit kon aarden. En zijn twee zoons? Die groeiden na de scheiding van Trix weliswaar verder bij hem op, maar veel contact heeft hij niet meer met hen.

Louteringsproces

Reinen is dus wel wat gewend, zou je denken. En dat klopt: hij verzet zich er niet met man en macht tegen dat het leven hem aan het verlaten is. Maar zich er zonder meer bij neerleggen doet hij evenmin. Eerst wil hij het leven zoals hij dat heeft geleefd ‘rondkrijgen’, zoals hij het noemt. Holwarda heeft dit louteringsproces gestalte gegeven in korte, kale fragmenten en dat werkt. Bijvoorbeeld in deze prachtige passage: ‘De laatste tent. De laatste fiets. Het laatste concert. De laatste dans. Het meeste laatste ligt alweer achter je. Het woordje ‘nog’ kwam ervoor in de plaats. ‘Werk je nog?’ en ‘Speel je nog?’ en daarna ‘Kunt u nog lopen?’, ‘Kunt u nog zelf plassen?’’

Een enkele keer wordt de betovering van Holwarda’s poëtische proza verbroken door een sleetse diepzinnigheid als ‘Verandering is niet per se verbetering’. Maar het gevoel dat je bijblijft na het lezen van deze roman is dat het leven dan misschien niet te doen is, maar omzien met deze hoogbejaarde eigenheimer wel. Heel goed zelfs.

Janneke Holwarda: Nachtman. Wereldbibliotheek; 192 pagina’s; € 20.

Janneke Holwarda Beeld Fred Hendriks

Janneke Holwarda